'Het is soms intensief, maar daar doe je het graag voor!'
Mantelzorger zijn van twee ooms die als broers voelen
Voor Ingrid is mantelzorger zijn van haar twee ooms, Marinus en Theo, al jaren vanzelfsprekend. Ze groeide naast hen op, waardoor de band hecht is. “Het voelt alsof het mijn broers zijn,” zegt ze. "Dan doe je wat nodig is. Maar ook als het vanzelfsprekend is, betekent dat niet dat het altijd makkelijk is. Gelukkig voel ik dat ik het nu niet meer alleen hoef te doen sinds de zorg ook om de hoek is komen kijken. De lijntjes met de zorgprofessionals zijn kort.”
Hoe het begon
Ingrid nam de mantelzorg over op verzoek van haar moeder, die jarenlang voor haar broers had gezorgd. “Mijn moeder vroeg of ik het wilde doen of dat ze iemand anders moest regelen. Ik wist dat mijn ooms het liefst hadden dat ik het deed. Dus ik zei ja, ondanks dat ik zelf getrouwd was en kleine kinderen had.”
Vanaf dat moment nam Ingrid veel taken op zich: van koken en wassen tot boodschappen, medicatie en ziekenhuisbezoeken. “Doordat je iemand zo goed kent, gaat dat eigenlijk vanzelf. Je hoeft niet voorzichtig te brengen dat ze bijvoorbeeld nieuw ondergoed nodig hebben. Dat maakt het makkelijker.”
De periode vóór professionele zorg
Jarenlang kon Ingrid de zorg zelf dragen voor haar ooms. Toen de gezondheid van de broers achteruitging, merkte Ingrid dat het tijd was om hulp in te schakelen. “Theo bleek al een half jaar een wond aan zijn been te hebben zonder dat ik dat wist. Toen heb ik de thuiszorg van Livio ingeschakeld. De thuiszorg zorgde ervoor dat ze mij op maandag altijd even troffen, zodat een korte overdracht mogelijk was. Dat werkte erg prettig.” Ondertussen bleef Ingrid veel doen, waardoor haar ooms nog tot 2021 in Buurse konden blijven wonen.
Verhuizen: samen blijven zorgen
In 2021 verhuisden de broers naar Haaksbergen. De thuiszorg ‘verhuisde’ met hen mee. Helaas brak Marinus zijn rug, waardoor hij lange tijd in het ziekenhuis en revalidatiecentrum lag. Vanaf dat moment kon Theo, door zijn slechte zicht, niet meer zelfstandig wonen. Toen brak de zwaarste periode voor Ingrid aan: “Theo zat ineens hele dagen alleen. Ik ging twee keer per dag naar hem toe en de thuiszorg kwam twee keer per dag. Dat waren drie intensieve maanden. Dan denk je echt: hoe houd ik dit vol? Gelukkig woonde ik dichtbij en waren mijn kinderen al wat ouder."
Naar Het Saalmerink
“In die periode heb ik samen met Livio alles geregeld om voor beide broers een plek in Het Saalmerink te krijgen. Je kunt als mantelzorger niet alles doen. Als ik een extra slaapkamer had gehad, had Theo misschien bij ons gewoond, maar dat ging gewoon niet. Ik was heel blij toen ze allebei een plek hier kregen.”
Samenwerking met de zorg: ‘De lijntjes zijn kort’
Ingrid voelt zich in Het Saalmerink echt ondersteund. “Als ik iets zie, zoals bij Marinus een waterblaasje op de neus (dat betekent vaak een blaasontsteking) dan geef ik dat door. Ze pikken die signalen op. We vullen elkaar aan. De communicatie loopt soepel. Ik kan bellen of appen en via het cliëntportaal Caren kan ik dagelijks volgen wat er bij mijn ooms gebeurt. En als ik iets direct wil weten, loop ik gewoon even langs. Soms is er even afstemming nodig, bijvoorbeeld rond beddengoed of medicatie. Maar meestal gaat alles vanzelf. Als er iets is sturen ze me een berichtje, en andersom ook.”
Medewerkers doen daarnaast oprecht hun best om mantelzorgers persoonlijk te leren kennen. Ook de Welzijnsmedewerkers spelen een waardevolle rol. Zij doen ook veel kleine dingen. Zo zorgen we met z'n allen samen voor mijn ooms. Naast de praktische zaken komt Ingrid nog altijd twee tot drie keer per week voor de gezelligheid. “Ik haal Theo dan op met de rolstoel en we gaan samen bij Marinus op de koffie, kijken tv of lezen de krant. Mooi dat het zo kan!”
Ingrids tip voor andere mantelzorgers
“Laat mensen in hun waarde. Je bent mantelzorger, niet de ouder. Kleineren heeft geen zin. Help waar je kunt, maar respecteer wie iemand is."